In de vorige nieuwsbrief stond onze voorzitter Angelo Sarabèr al uitgebreid stil bij de meidoorn. Nu het voorjaar is, lijkt het me toch goed om hier nogmaals een stukje aan te wijden. En dan vooral aan het verschil tussen de meidoorn en de sleedoorn. Beide komen voor in Meinerswijk.
Verwarring
Tijdens onze vroege vogel excursies ontstaat er soms een discussie of het nu een meidoorn of een sleedoorn is. Op zich is dat niet zo vreemd. Het zijn allebei doornige prikkelstruiken, hoewel de meidoorn ook wel kan uitgroeien tot een kleine boom. Ook bloeien ze allebei zeer uitbundig met een grote hoeveelheid witte bloemetjes. Niet zo gek dus dat er gemakkelijk wat verwarring ontstaat over wat het nu is. Toch zijn er een paar hele duidelijke verschillen.
In het voorjaar begint als eerste de sleedoorn te bloeien. Eind maart begin april nog voordat er blaadjes verschijnen staat hij al volop in bloei. Hij bloeit op het kale hout zoals dat heet. Pas na de bloei komen dan de blaadjes. Deze blaadjes zijn ovaal tot eirond met een fijn gezaagde bladrand.
Later komen dan de donkerblauwe bessen aan de struik. Deze zijn in eerste instantie nogal wrang en niet eetbaar voor mens en dier. Daardoor blijven ze ook lang hangen. Pas wanneer de vorst eroverheen is geweest, verandert dit en kan er bijvoorbeeld brandewijn mee gemaakt worden. Ook de vogels krijgen er dan belangstelling voor. In de winter zijn de kale takken ook goed te herkennen aan de korte zijtakken die in een scherpe doorn uitlopen.
In Meinerswijk groeit de sleedoorn vooral langs de Meginhardweg en bij de ingang aan de Grote Griet. Wat je hier ook mooi kan zien, zeker in de winter, is dat de sleedoorn ondergrondse uitlopers maakt. Hierdoor vormt zich een vrijwel ondoordringbare barrière wat hem zeer geliefd maakte als veekering.
In Meinerswijk is de meidoorn een zeer veel voorkomende struik tot kleine boom. Hij bloeit een stukje later dan de sleedoorn. Eerst verschijnen er frisgroene blaadjes aan de struik en daarna pas, zo eind april, de witte bloemetjes. De blaadjes zijn veerdelig ingesneden.
Na de bloei krijgt de meidoorn vaak overvloedig veel rode bessen die ook vaak lang aan de struik blijven hangen. Toch zijn deze ook erg geliefd bij vooral de lijsterachtigen zoals de merel en de kramsvogel en koperwiek.
En dan staat er in Meinerswijk nog een derde vroeg en overvloedig bloeiende boom die voor verwarring kan zorgen.
Tegenover Meginhardweg 35 staan een paar bomen die in de verte wel iets weg hebben van een sleedoorn. Dit is echter de kerspruim.
Deze boom heeft geen doorns en krijgt na de bloei zoals de naam al zegt kersvormige pruimpjes als vrucht.
Egbert Vrieling, bestuurslid VVM



